StartersVerhaal Jeroen de Jong
REAKIRA herstelt
Wanneer Jeroen de Jong (54) bij het Starterscentrum Limburg aanklopt, heeft hij niet heel veel meer nodig. Hij heeft zijn sterke maatschappelijke betrokkenheid in een kwaliteitsconcept gegoten, dat concept geconcretiseerd in een businessplan, daar financiering en een toplocatie voor gevonden, geïnvesteerd in (merk)marketing en zijn netwerk aangeboord om verbindingen te leggen. De REAKIRA herstelacademie, gehuisvest in het gerenoveerde klooster op de Watersley in Sittard, staat als een huis. Hoe kan het Starterscentrum nog bijdragen? ‘
De naam REAKIRA is afgeleid van het Esperanto-woord voor ‘herstel’. ‘Het is van belang dat we wereldwijd dezelfde taal spreken als het gaat om herstel: het is een diepgaande, persoonlijke transformatie die iedereen aangaat, ongeacht de achtergrond. Tegelijkertijd is herstel een breder thema dat in veel Europese landen speelt. Ons concept is overal implementeerbaar, in die zin is REAKIRA zowel persoonlijk als universeel.’
Hoewel pionieren hem niet vreemd is, was ondernemen nieuw. Nog elke dag leert hij iets, bijvoorbeeld over hoe je als ondernemer je zaak helder presenteert, duidelijke kaders schept en grenzen stelt aan wat je wel en niet doet en op welke manier. Een actuele les is het aanvaarden van de commerciële realiteit in de zorg: hoe kan REAKIRA daar beter op inspelen en partijen overtuigen dat de middelen het doel heiligen?
REAKIRA vloeit voort uit de eigen ervaring, het idee zat al zeker 15 jaar in Jeroens hoofd. ‘Ik zag de zorg steeds meer achteruitgaan. De aanpak is te gefragmenteerd, we plakken te veel labels en pleisters, zijn te gefocust op symptoombestrijding. Zorgbestuurders zouden nieuwe waarden moeten omarmen die duurzaam herstel, écht welzijn en persoonlijke zingeving mogelijk maken. Dat gaat verder dan cursussen mindfulness, yoga en MD-trajecten faciliteren. Dat vraagt om authentiek leiderschap, om een intensieve, integrale en trans disciplinaire aanpak, om oprechte aandacht voor de hele context en ontwikkeling van de mens en om langdurige nazorg. Dat wijst onderzoek uit, maar ik zie ook in onze praktijk wat dat doet.’